STEM moet zijn stem laten horen

STEM staat voor Science, Technology, Engineering en Mathematics en is een uitdrukking waarmee deze groep van wetenschappelijke en technologische vakken algemeen wordt aangeduid. Soms spreekt men ook van de harde wetenschappen, omdat deze wetenschappen stevig verankerd zitten in de natuurwetenschappen en meteen een grote inzet en werklust eisen van diegene die ze willen beheersen.
We kunnen wel stellen dat we de laatste 250 jaar onder meer door STEM een enorme productiviteitgroei gekend hebben, zeker in de Westerse wereld. Het startschot hiervoor werd gegeven door de eerste industriële revolutie midden de 18de eeuw in Engeland. De uitvinding van de stoommachine zette een golf van vooruitgang en innovatie op gang waaronder spoorwegen en algemene wegeninfrastructuur. De Verenigde Staten zijn tot supermacht geworden grotendeels dank zijn de spoorwegen. Een tweede golf van vooruitgang ontstond in de tweede helft van de 19de eeuw met onder meer de ontdekking van de elektriciteit en de uitvinding van de verbrandingsmotor. Vele spin-off uitvindingen van vandaag hebben nog steeds hun wortels in deze periode. Denk maar aan de auto (op benzine of elektriciteit), TV en vliegtuigen. Ook de natuurwetenschappen evolueerden verder en de kwantummechanica opende de deur naar de derde en recentste industriële revolutie dat gekenmerkt wordt door elektronica, computers en het internet. Op deze laatste golf drijven we nog altijd. De vraag is hoelang nog?
Wanneer we terugblikken op de drie voorbije periodes van hegemonie van de STEM-wetenschappen lijkt de toekomst echter niet zo rooskleurig. Waarom niet?
Vooreerst omdat we kunnen vaststellen dat de drie voorbije industriële revoluties gekenmerkt werden door zeer ingrijpende uitvindingen. Laat het ons eenvoudig houden en de volgende voorbeelden geven voor elke periode: de stoommachine, de verbrandingsmotor, de elektriciteit en de elektronica (vaste stof fysica). Vanuit deze ingrijpende uitvindingen werden er constant kleinere en uitvindingen gedaan. Voorbeelden hier zijn: stoomtreinen, elektrische treinen, vliegtuigen, kerncentrales, TVs en computers. Nog steeds gaat deze stroom van uitvindingen verder, maar nieuwe ingrijpende innovaties lijken zich niet aan te dienen. Bovendien kunnen we ons de vraag stellen of we nog altijd even sterk economisch groeien? Het antwoord daarop lijkt alvast niet positief te zijn. Waarom?
Hierover heeft een onderzoeker uit de VS zich gebogen en hij komt tot merkwaardige vaststellingen. Een eerste vaststelling is dat de gedane innovaties éénmalig zijn en niet leiden tot een immer voortschrijdende economische groei. Er worden sterke voorbeelden gegeven zoals de snelheid waarmee de mens zich verplaatst. Tot aan de uitvinding van de stoommachine was deze snelheid beperkt tot 5km per uur te voet of 10km te paard. De verplaatsingsnelheid van de mens is de laatste 200 jaar sterk toe nomen maar tot stilstand gekomen omstreeks 1958 en dus blijven steken op iets minder dan 1000km per uur. Uiteraard verplaatsen we ons in de ruimte stukken sneller en kunnen we ook in het luchtruim sneller vliegen, maar deze topsnelheden zijn omwille van energie-inefficiëntie niet algemeen van toepassing. Denk maar aan de Concorde die uit dienst is genomen en niet meer werd vervangen door een soortgelijke supersonische jet. Er zijn nog dergelijke voorbeelden te geven. Centrale verwarmingssystemen en airconditioners geven ons een gans jaar door een comfortabele temperatuur, maar hoger of lager hoeft niet meer. 22°C wordt algemeen gezien als de comforttemperatuur. De vervanging van dieren door gemotoriseerde aandrijfsystemen is ook een eenmalige omwenteling geweest. Dit geldt ook voor binnenhuisverlichting, sanitaire systemen en waterleidingen.
De tweede vaststelling is dat er een aantal fenomenen zich voor te doen die een rem zetten op de bestaande economische groei. Onderzoekers tellen zes van die remmende fenomenen. Een eerste fenomeen is de stilstand van het demografisch dividend. De westerse wereld en in het bijzonder Europa, veroudert in een razend snel tempo. Het massaal toetreden van vrouwen tot de arbeidsmarkt in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, is ook een eenmalige operatie geweest. Maar nu gaan alle babyboomers massaal en wel zeer vroeg op pensioen, althans in verhouding tot de gemiddelde levensverwachting. Een tweede fenomeen is de groeiende ongelijkheid in welstand en welvaart. In de periode van de laatste 15 jaar heeft men berekend dat bij de inkomstenverdeling de top 1%, 52% van het volledige inkomen voor rekening neemt. Een derde fenomeen zijn de toenemende overheidsschulden van de westerse landen. Maar ook particulieren bezondigen zich aan een te grote schuldgraad. Als vierde remmende fenomeen wordt de interactie tussen ICT en globalisering gezien. De trend naar outsourcing is eind de jaren 80 gestart en is sindsdien alleen maar toegenomen. Uit het westen verdwijnt steeds meer knowhow die in de lagelonenlanden toeneemt maar aan een goedkopere prijs. Het vijfde remmende fenomeen is het gebrek aan duurzaamheidsvisie van de sterk groeiende BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India, China). Deze landen willen hun groei naar meer inkomen niet hypothekeren door energie- of milieureguleringen. Dit om de eenvoudige reden dat het westen in hun groeiperiode dit ook niet hebben gedaan. Ten slotte is een belangrijk remmend fenomeen is de afname van afgestudeerde sterke wetenschappelijke profielen. De desinteresse van de STEM-opleidingen dus. In de Verenigde Staten komt daarbij nog de alsmaar toenemende kosten voor onderwijs. Maar ook in onze contreien zien de overheden zich genoodzaakt onderwijs duurder te maken. Jonge mensen vallen steeds meer te prooi aan een hedonistische levensstijl. Die wordt vooral gevoed met de innovaties van vandaag: computergames, filmindustrie, beeldanimatie, online bookings, sociale media, smartphones, tablets, leuke apps, edm. Heel weinig innovaties richten zich naar een collectieve welzijn- en welvaartsverbetering of een grotere beschavingsevolutie. Peter Thiel, een medeoprichter van PayPal stelde in zijn blog dat we in een anti-technologie periode leven, met te veel belang voor de financiële industrie, dat eigenlijk geen echte industrie is. We moeten opnieuw weer zin krijgen in echte technologie en er voor zorgen dat we weer ‘makers’ worden. Uitvinders en ondernemers moeten aangemoedigd worden door de overheid. De STEM-opleidingen moeten aangezwengeld worden. Te beginnen in de lagere scholen met een positief beeld te schetsen van het technisch voortgezet onderwijs.

jan devos

2013 in review

The WordPress.com stats helper monkeys prepared a 2013 annual report for this blog.

Here’s an excerpt:

A New York City subway train holds 1,200 people. This blog was viewed about 4,400 times in 2013. If it were a NYC subway train, it would take about 4 trips to carry that many people.

Click here to see the complete report.

De wedde van Johnny Thys

Ik hoef gelukkig geen verantwoording te geven nopens de hoogte van de toppostman zijn loon, maar toch voel ik ergens dat de huidige discussie zeer onredelijk wordt gevoerd. Alles is helaas (?) niet te vatten in een knap geformuleerd tweetbericht. De emoties nemen te veel de overhand. Misschien te begrijpen maar eigenlijk niet zo heilzaam in het zoeken van een oplossing. Minister Labille heeft het zeer tactisch gespeeld. Zijn electoraat zal hem (en de PS) zeker belonen in het stemhokje. En dan? Zijn we er dan allemaal beter van geworden?

Een dergelijk hoog bedrag als normaal beschouwen is ook voor mij moeilijk. Maar dat zie ik dan als een uitdaging voor het vinden van een antwoord op de vraag:  waarom we dergelijke hoge lonen toekennen?  Want, geef toe, iemand heeft uiteindelijk zich akkoord verklaard met de toekenning van dit bedrag? Of niet soms?

Vooreerst over het relatieve van het bedrag. Op jaarbasis schat ik ruwweg dat Johnny Thys ongeveer 12 keer meer verdiend dan ikzelf. Anderzijds stel ik vast dat elders op de wereld mensen moeten rondkomen met een tiental euro’s per maand. Dit is dan weer vierhonderd keer lager dan mijn loon. De wiskunde liegt niet maar geeft mij helaas geen raad om dergelijke problemen in te schatten, laat staan op te lossen. Of moeten we ons denken beperken tot de periferie van de kerktoren en de bredere context van de wereld noodgedwongen reduceren? De wereld is toch een dorp geworden waar we goed ingelicht worden over zowat alles wat zich afspeelt tussen de beide polen. Behalve dan voor het loon van mr. Thys? Nee toch?

Om het eerst punt te kunnen aanpakken moeten we blijkbaar ideologisch redeneren. Dat is wat de meesten dan ook minister Labille verwijten. De man redeneert te ideologisch. De grote politiek-ideologische denkstromingen zijn bijna al een paar eeuwen geleden geformuleerd. Het communisme enerzijds streeft naar een gelijkheid voor iedereen en doet afstand van privébezit. Alle bezit hoort de gemeenschap toe. Daartegenover staat het kapitalisme dat het individu en zijn gelding- en scheppingsdrang zijn gang laat gaan en bezit privatiseert. Beide  ideologieën hebben in de praktijk bewezen dat ze hun excessen kennen. Het communisme heeft meestal geleid tot totalitaire regimes. Stalin (USSR), Pol Pot (Cambodja), Castro (Cuba), Ceausescu (Roemenië) en recent nog het Noord-Koreaans regime van Kim.  Het kapitalisme heeft geleid tot corrupte regimes. Pinochet (Chili) , Stroessner (Paraguay) , Videla (Argentinië), Markos (Filipijnen) zijn daar spijtige getuigen van. In beide gevallen werd de waarde van de mens geschoffeerd en reduceert tot  een radertje in een overmachtige  bestuurlijke machine. In het beste geval, wel te verstaan. Want beide kanten hebben ook genocides op hun geweten. Hoewel beide ideologieën ondertussen zijn bijgesteld lijken de scherpe intrinsieke waarden ervan toch zeer sterk te zijn en zeker niet uitgedoofd. Het communisme heeft weliswaar door het uiteenvallen van de USSR een forse stap gezet naar het kapitalisme. En ook China flirt met een vrije markteconomie. Toch blijven beide landen weinig eerbied te hebben voor het democratisch gedachtegoed. In Europa overheerst een gematigd of gemodereerd sociaal kapitalistisch systeem. Overal waar de excessen van het kapitalisme al te goor worden, treedt Europa met gepaste richtlijnen op. Enkel in de VS lijkt het ongebreideld kapitalisme nog te gedijen, hoewel sinds Clinton en zeker met Obama dit ook de richting uitgaat van een Europees model.  Toch is de finale strijd nooit gestreden. Zal dit ooit het geval zijn? Verzoenen van water en vuur gaat immers niet zo makkelijk. De conservatieven en kapitalisten zijn nooit zo sterk geweest in de VS. Ook in Europa lijken de fundamentalistische linksen elk economisch besef te ontbreken.  Dit is meteen de sleutel tot de diagnose van het geval Thys. Het is mijn mening dat Labille intellectueel oneerlijk optreedt wanneer hij eenzijdig plotseling ideologische redenen inroept om het loon van de CEO van BPost te reduceren. Ik zwijg dan nog over de wijze waarop één en ander is gebeurd.  In een echte democratie worden ideologische verschillen geofferd op het altaar van het compromis. Dit moet gelden voor alle deelnemende ideologische strekkingen binnen onze regering.  Zowel links als rechts. Het (te) hoge loon van Thys kan niemand verdedigen vanuit een eenzijdige ideologische visie. Net zoals Labille ook niet kan verdedigen waarom we nog niet in Utopia leven.

Het probleem is ook een intellectueel debat, waaraan helaas weinig mensen zullen deelnemen, wegens te complex. Ook in de pers lijkt het dieper graven naar oorzaken wat zoek te zijn. Men blijft maar schemeren met sterke emotionele clichés, zoals de ongelijkheid in lonen, de gelijkheid (van wat?) van ieder individu en het uitlokken van negatieve afgunstige gevoelens. Dat een gewone postbode een bedrijf zoals BPost niet kan leiden weet de man of vrouw in kwestie best ook wel. Een opkomend gevoel van afgunst is dan ook te begrijpen. Toch is het precies daar dat onze beleidsmensen moeten ingrijpen. Met afgunst en negatieve emoties zullen we niet ver raken, toch zijn dit niet te vermijden obstakels. Of we blijven zeuren op de rijken die het gelag maar moeten betalen of we zijn bereid om de suprematie van sommigen te accepteren en dit in een collectief voordeel om te vormen. Bovenal proberen we iedereen als mens te respecteren. Ook de gewone postbode die ogenschijnlijk zeer eenvoudig werk uitvoert, maar wel een niet onbelangrijke bijdrage levert aan een stabiel democratisch systeem, dat weliswaar niet perfect is, maar dat best de moeite is om voor te strijden.

Er is werk aan de winkel voor onze beleidsmensen.  Ik benijd ze geenszins.

Prettig eindejaar, veel geluk, weinig problemen, een goede gezondheid en veel wijsheid toegewenst aan iedereen!

jan devos

PS Een weblog even niet over IT. Een mens leeft niet van computers alleen.

%d bloggers like this: