STEM moet zijn stem laten horen

STEM staat voor Science, Technology, Engineering en Mathematics en is een uitdrukking waarmee deze groep van wetenschappelijke en technologische vakken algemeen wordt aangeduid. Soms spreekt men ook van de harde wetenschappen, omdat deze wetenschappen stevig verankerd zitten in de natuurwetenschappen en meteen een grote inzet en werklust eisen van diegene die ze willen beheersen.
We kunnen wel stellen dat we de laatste 250 jaar onder meer door STEM een enorme productiviteitgroei gekend hebben, zeker in de Westerse wereld. Het startschot hiervoor werd gegeven door de eerste industriële revolutie midden de 18de eeuw in Engeland. De uitvinding van de stoommachine zette een golf van vooruitgang en innovatie op gang waaronder spoorwegen en algemene wegeninfrastructuur. De Verenigde Staten zijn tot supermacht geworden grotendeels dank zijn de spoorwegen. Een tweede golf van vooruitgang ontstond in de tweede helft van de 19de eeuw met onder meer de ontdekking van de elektriciteit en de uitvinding van de verbrandingsmotor. Vele spin-off uitvindingen van vandaag hebben nog steeds hun wortels in deze periode. Denk maar aan de auto (op benzine of elektriciteit), TV en vliegtuigen. Ook de natuurwetenschappen evolueerden verder en de kwantummechanica opende de deur naar de derde en recentste industriële revolutie dat gekenmerkt wordt door elektronica, computers en het internet. Op deze laatste golf drijven we nog altijd. De vraag is hoelang nog?
Wanneer we terugblikken op de drie voorbije periodes van hegemonie van de STEM-wetenschappen lijkt de toekomst echter niet zo rooskleurig. Waarom niet?
Vooreerst omdat we kunnen vaststellen dat de drie voorbije industriële revoluties gekenmerkt werden door zeer ingrijpende uitvindingen. Laat het ons eenvoudig houden en de volgende voorbeelden geven voor elke periode: de stoommachine, de verbrandingsmotor, de elektriciteit en de elektronica (vaste stof fysica). Vanuit deze ingrijpende uitvindingen werden er constant kleinere en uitvindingen gedaan. Voorbeelden hier zijn: stoomtreinen, elektrische treinen, vliegtuigen, kerncentrales, TVs en computers. Nog steeds gaat deze stroom van uitvindingen verder, maar nieuwe ingrijpende innovaties lijken zich niet aan te dienen. Bovendien kunnen we ons de vraag stellen of we nog altijd even sterk economisch groeien? Het antwoord daarop lijkt alvast niet positief te zijn. Waarom?
Hierover heeft een onderzoeker uit de VS zich gebogen en hij komt tot merkwaardige vaststellingen. Een eerste vaststelling is dat de gedane innovaties éénmalig zijn en niet leiden tot een immer voortschrijdende economische groei. Er worden sterke voorbeelden gegeven zoals de snelheid waarmee de mens zich verplaatst. Tot aan de uitvinding van de stoommachine was deze snelheid beperkt tot 5km per uur te voet of 10km te paard. De verplaatsingsnelheid van de mens is de laatste 200 jaar sterk toe nomen maar tot stilstand gekomen omstreeks 1958 en dus blijven steken op iets minder dan 1000km per uur. Uiteraard verplaatsen we ons in de ruimte stukken sneller en kunnen we ook in het luchtruim sneller vliegen, maar deze topsnelheden zijn omwille van energie-inefficiëntie niet algemeen van toepassing. Denk maar aan de Concorde die uit dienst is genomen en niet meer werd vervangen door een soortgelijke supersonische jet. Er zijn nog dergelijke voorbeelden te geven. Centrale verwarmingssystemen en airconditioners geven ons een gans jaar door een comfortabele temperatuur, maar hoger of lager hoeft niet meer. 22°C wordt algemeen gezien als de comforttemperatuur. De vervanging van dieren door gemotoriseerde aandrijfsystemen is ook een eenmalige omwenteling geweest. Dit geldt ook voor binnenhuisverlichting, sanitaire systemen en waterleidingen.
De tweede vaststelling is dat er een aantal fenomenen zich voor te doen die een rem zetten op de bestaande economische groei. Onderzoekers tellen zes van die remmende fenomenen. Een eerste fenomeen is de stilstand van het demografisch dividend. De westerse wereld en in het bijzonder Europa, veroudert in een razend snel tempo. Het massaal toetreden van vrouwen tot de arbeidsmarkt in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, is ook een eenmalige operatie geweest. Maar nu gaan alle babyboomers massaal en wel zeer vroeg op pensioen, althans in verhouding tot de gemiddelde levensverwachting. Een tweede fenomeen is de groeiende ongelijkheid in welstand en welvaart. In de periode van de laatste 15 jaar heeft men berekend dat bij de inkomstenverdeling de top 1%, 52% van het volledige inkomen voor rekening neemt. Een derde fenomeen zijn de toenemende overheidsschulden van de westerse landen. Maar ook particulieren bezondigen zich aan een te grote schuldgraad. Als vierde remmende fenomeen wordt de interactie tussen ICT en globalisering gezien. De trend naar outsourcing is eind de jaren 80 gestart en is sindsdien alleen maar toegenomen. Uit het westen verdwijnt steeds meer knowhow die in de lagelonenlanden toeneemt maar aan een goedkopere prijs. Het vijfde remmende fenomeen is het gebrek aan duurzaamheidsvisie van de sterk groeiende BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India, China). Deze landen willen hun groei naar meer inkomen niet hypothekeren door energie- of milieureguleringen. Dit om de eenvoudige reden dat het westen in hun groeiperiode dit ook niet hebben gedaan. Ten slotte is een belangrijk remmend fenomeen is de afname van afgestudeerde sterke wetenschappelijke profielen. De desinteresse van de STEM-opleidingen dus. In de Verenigde Staten komt daarbij nog de alsmaar toenemende kosten voor onderwijs. Maar ook in onze contreien zien de overheden zich genoodzaakt onderwijs duurder te maken. Jonge mensen vallen steeds meer te prooi aan een hedonistische levensstijl. Die wordt vooral gevoed met de innovaties van vandaag: computergames, filmindustrie, beeldanimatie, online bookings, sociale media, smartphones, tablets, leuke apps, edm. Heel weinig innovaties richten zich naar een collectieve welzijn- en welvaartsverbetering of een grotere beschavingsevolutie. Peter Thiel, een medeoprichter van PayPal stelde in zijn blog dat we in een anti-technologie periode leven, met te veel belang voor de financiële industrie, dat eigenlijk geen echte industrie is. We moeten opnieuw weer zin krijgen in echte technologie en er voor zorgen dat we weer ‘makers’ worden. Uitvinders en ondernemers moeten aangemoedigd worden door de overheid. De STEM-opleidingen moeten aangezwengeld worden. Te beginnen in de lagere scholen met een positief beeld te schetsen van het technisch voortgezet onderwijs.

jan devos

2013 in review

The WordPress.com stats helper monkeys prepared a 2013 annual report for this blog.

Here’s an excerpt:

A New York City subway train holds 1,200 people. This blog was viewed about 4,400 times in 2013. If it were a NYC subway train, it would take about 4 trips to carry that many people.

Click here to see the complete report.

ICIS 2013 – Geen wolkje aan de hemel?

IMG_20131216_103209

De grootste en jaarlijkse academische conferentie voor information systems (IS), ICIS 2013 is achter de rug. Het circus streek ditmaal neer  voor meer dan vijf dagen in Milaan, de economische hoofdstad van Italië. Een paar reflecties van een geïnteresseerde deelnemer.

Met 1537 deelnemers was ik dus niet alleen. Dit is inderdaad de grootste wetenschappelijke conferentie over informatiesystemen. Groot en veel staan niet altijd garant voor kwaliteit maar in het geval van ICIS is dit wel het geval.  In eerste instantie heeft ICIS nog altijd een zeer lage acceptatiegraad (minder dan 30% van de meer dan 800 papers worden toegelaten) waardoor enkel topresearch gepresenteerd wordt. Bovendien is de conferentie een bron van informatie door de grote aanwezigheid van IS-toponderzoekers over de ganse wereld.  De verscheidenheid aan fora op de conferentie zelf, zoals paperpresentaties, paneldiscussies, workshops, postersessies en netwerkmomenten, zorgen er mede voor dat informatie goed verspreid wordt.

Wat zijn de grote tendensen? Uiteraard zeer moeilijk te beantwoorden en bovendien niet gespeend van enige vorm van subjectiviteit. Dit laatste geheel terzijde, want dit is een persoonlijke weblog en uiteraard geen officieel standpunt. De thema’s die mij sterk opvielen, niet in het minst omdat deze veel volk lokten waren: cloud computing,  business informatics (BI, ERP, BPM, …), social media, mobile computing, de rol van de CIO,  e-Healthcare, en MOOCs.  Minder opvallend waren thema’s zoals ‘serious’ gaming, crowd sourcing, en 3D-printing. Zoals steeds op deze conferentie werd er zeer veel aandacht besteed aan de methodologie van het onderzoek en de natuur van onderzoekdiscipline. Immers, nog altijd wordt IS (information systems) sterk verward met IT (information technology). Uiteraard vertonen beide disciplines gelijkenissen, maar IT beperkt zich tot het louter bestuderen van de ‘neutrale’ technologie, het is te zeggen de technologie zonder de mens. IS (information systems) graaft dieper en bestudeert de IT in een context van een organisatie en met de mens als essentiële actor.

De grootste revelatie van de conferentie waren volgens mij de vele posters met nieuw onderzoek. Niet alleen PhD-onderzoek werd er getoond maar ook gevestigde waarden stonden soms zeer geestdriftig hun onderzoek uit te leggen. Er werden 109 nieuwe onderzoeken voorgesteld via posters. Heel veel ging over adoptie van sociale media en cloud computing. De verscheidenheid van de thema’s van de posters en hun hoog innovatief gehalte stond in schril contrast met de paperpresentaties. Deze laatsten waren vooral presentaties van braaf kwantitatief onderzoek en misten heel vaak een innovatieve dimensie.

Een spijtige tendens, maar zeker niet specifiek voor deze conferentie, is de zeer sterke nadruk op kwantitatief onderzoek gebaseerd op surveys. Hoe multivariabel een probleem zich ook manifesteert en ook zo door de onderzoekers ervaren wordt, althans in een exploratieve fase, toch wordt het begrijpen heel (te?) vaak herleidt tot een model met louter causale en bovendien steeds lineaire verbanden. Het aantal onafhankelijke variabelen wordt hierdoor sterk gereduceerd waardoor het model weliswaar kwantitatief behandelbaar wordt, maar helaas soms mijlenver van de realiteit verwijderd is. Daarna volgt een enquête, die wel volgens de regels van de kunst (statistiek) wordt uitgevoerd. Hierin schitteren, het moet gezegd, vele onderzoekers. In de nabespreking en de discussie van de resultaten komen helaas wel de weggemoffelde variabelen terug op tafel. Uiteraard is het beleefd van de onderzoekers in kwestie om nog wat onderzoek over te laten aan de collegae, maar ergens heb je het gevoel dat de ‘rigor’ overheerst op de ‘relevance’. Een evenwicht dat nochtans sterk wordt gekoesterd in deze gemeenschap van academici. De reden voor het overwicht aan kwantitatief onderzoek ligt nog altijd bij de vele A1-tijdschriften, voornamelijk van Amerikaanse origine, die dit soort onderzoek meer valideert. Een misplaatst conservatisme? Een te verouderde groep van senior editors? Ik zou het niet weten. Vele jonge onderzoekers kiezen dit soort onderzoek dan ook louter omwille van hun carrièremogelijkheden die vaak afgerekend wordt op publicaties in deze tijdschriften.

Typerend was de aarzeling dat een onderzoeker had om zijn onderzoek gebaseerd op case studies, een Delphi studie en grounded theorie te presenteren. Uit een vooronderzoek bleek dat 60% van alle M&A’s mislukken en dat IT/IS daarbij één van de belangrijkste oorzaken is. Een dergelijk zeer relevant fenomeen laat zich toch niet dieper onderzoeken door louter een enquête?

IS onderzoek is in Ierland sterk aanwezig, dus ook op ICIS. Een onderzoek naar de semantiek van de discipline is meer dan noodzakelijk. Het elkaar begrijpen in het gebruik van de juiste syntax is meer dan noodzakelijk, zeker voor een jonge wetenschap. Daarbij komt dat de IS discipline een heel sterke praktische dimensie heeft, waar vaak een andere semantiek (en syntax) gehanteerd wordt. Ooit al eens nagegaan in hoeveel verschillende betekenissen het werkwoord ‘implementeren’ wordt gebruikt als het over informatiesystemen gaat?

Het zwaard van Damocles hangt boven zowat elke vorm van invoeren van informatiesystemen. Vele initiatieven mislukken om evenveel verschillende redenen. Een senior researcher en professor beweerde dat hij al 25 jaar bezig is met het zoeken naar oplossingen om de IT productiviteitsparadox aan te pakken. Een team uit Canada heeft een onderzoeksproject opgezet om na te gaan hoe er effectieve business cases kunnen gecreëerd worden voor complexe IT infrastructuren. Daarbij heeft men de focus op ERP gelegd. Men heeft ontdekt dat er twee types van business cases zijn. De eerste (type A) legt de nadruk op de interne bronnen en middelen en wordt voornamelijk opgebouwd in organisaties zonder externe consultants. Dit zijn de mens-georiënteerde business cases. Het tweede (type B) legt vooral nadruk op benchmarks en wordt meestal met de hulp van externe consultants opgemaakt. Dit zijn de zakelijke georiënteerde business cases. Beide types vormen een dichotomie.

Er was heel wat te doen rondom cloud computing op ICIS. De shift naar cloud computing is momenteel serieus aan het vertragen (A Slow Train Coming? – B. Dylan). De redenen daarvoor zijn de vrees voor onvoldoende beveiliging van gegevens en het misbruik van opgeslagen gegevens. De grote stap naar volledig cloud computing is zeker nog niet gezet. Er zijn ook nog veel technische problemen. Echte schaalbaarheid, wat de echte troefkaart zou moeten zijn is nog steeds zeer moeilijk realiseerbaar. Hoe kan men bijvoorbeeld 50 servers schalen naar 3000 servers? Een reëel probleem dat niet zo maar vlot op te lossen is. Of hoe beheert men 150000 servers over 300 datacenters? Eveneens hier zijn nog heel wat technische problemen op te lossen alvorens een vlotte schaalbare service mogelijk wordt. De cloud evolueert ook van een opslagcloud (Capacity Cloud) naar een dienstencloud (Capability Cloud). Bovendien stelde iemand vast dat quasi alle nieuwe technologische ontwikkelingen zich in de cloud afspelen (mobile apps, virtualisatie, SOA, web services, …), waardoor organisaties wellicht geen andere weg meer zullen kunnen inslaan dan de overtocht naar de cloud.  Onderzoek wijst ook uit dat persoonlijke informatie best mag ingezien worden in de cloud, als daar een duidelijke meerwaarde voor de gebruiker tegenover staat. De meest gevoelige persoonlijke informatie is deze met betrekking tot de identiteit en de locatie van het individu.

Business Informatics (BPM – management and modeling) – Zoals vele tendensen in IS, zoals governance, beveiliging, alignment, is ook business informatics grotendeels gedreven door praktische inzichten. IS researchers gaan de uitdaging  aan om de theoretische fundamenten er van pogen bloot te leggen. Aan de universiteit van Munster (ERCIS) vind er onderzoek plaats naar de toepassing van de theorie van Giddens (Structurisation theory) om business processen te verklaren en diepere betekenis te geven.  Aan de MIS Research groep van de UGent wordt ook sterk gewerkt aan BPM. Collega Amy Van Looy presenteerde haar recentste werk over de impact van organisatiestructuur en organisatiecultuur op de maturiteit van BP. Cultuur gaat voor structuur, is de voorlopige conclusie.

IMG_20131217_142429

Collega Amy Van Looy (MIS Research UGent) aan het werk op ICIS 2013

Over de veranderende rol van de CIO kwam er verrassend nieuws. CIO’s worden veel meer gerespecteerd door CEO’s dan wat uit de populaire pers mag blijken. Het belang van een CIO is vooral aanwezig (en noodzakelijk) in organisaties die in een transformatiefase zitten. Organisaties die louter automatiseren of enkel informatiesystemen bouwen om informatie aan te leveren hebben minder sterke CIO’s van doen.  Het profiel van een CIO lijkt meer compatibel te zijn met dat van een CFO dan met dat van een CMO (marketing). Deze laatste gaat zich evenwel meer en meer met IS inlaten (big data, data analytics). Toch mogen we niet in stereotypes vervallen. Een prachtig werk daarover is ‘The CIO Paradox: Battling the Contradictions of IT Leadership’ (2012), van Martha Heller.

Geen wolkje aan de hemel? Om even terug te keren naar de titel van deze blog. Het lijkt erop dat de IS discipline in volle ontplooiing is. Toch heeft de IS gemeenschap schrik dat hun onderzoekdiscipline meer en meer dreigt op te gaan in andere disciplines zoals management research, sociologie, psychologie, organisatieleer en computerwetenschappen. Het feit dat vele managementscholen IS uit hun curriculum weren is daar al een veeg teken van. In het recente verleden was de discipline al eens in een crisis vergleden omdat velen vaststelden dat collegae-onderzoekers de IT artefact dreigden te sublimeren tot een detail, terwijl dit uiteindelijk toch altijd de kern van het IS onderzoek uitmaakt. Blijkbaar is de neiging om het IS-onderzoek te laten evolueren tot een groot academisch speelveld nog altijd groot. Een onderzoeker stelde dat het veel makkelijker is om een IT-er business-inzicht te geven dan een niet-IT’er inzicht van technologie te geven. Wellicht kan dat een oorzaak zijn waarom de IT-artefact steeds eerherstel moet krijgen. Want van één zaak ben ik alvast overtuigd, zonder IT-artefact is er geen IS-onderzoek (nodig).

Volgend jaar gaat ICIS 2014 door in New Zealand (Auckland).

jan devos

New Skills for Design, Analysis and Implementation of IT projects

Of all invested capital in the U.S. between 1980 and 2011, information technology (IT) defined as hardware, software and communications equipment, grew from 32% to 52% (source U.S. Department of Commerce, 2012). However IT need to be designed, analyzed and implemented before there can be an ROI for the organization. It is there that things often go wrong.  On average investments in IT can produce returns far above those by other investments. However there is considerable variance across firms (Brynjolfsson et al. 2000). The reasons are the lack of investments in organizational and managerial capital, sometimes called complementary assets. We focus here on one particular complementary asset: the right skills or capabilities for design, analysis and implementation of IT projects. The literature on failed IT projects is abundant. IT failures can be not capturing essential business requirements, not providing organizational benefits, delivering a complicated, poorly organized user interface or inaccurate and inconsistent data. A large part of IT projects are runaway projects, exceeding schedule and/or budget and fail to perform as specified.

Practitioners as well as academics are desperately searching for new and better methods to gain more control over IT projects. Their strive for more control can be placed in a view of information systems (IS) as cybernetic systems. They see an information system mainly as a machine taking inputs like raw data from within the organization or from the environment. The inputs are then processed into meaningful information or knowledge. Finally the outputs transfers the processed information or knowledge to the people who will (hopefully) use it or to another process for which it will be used. This approach is entirely in line with a very mechanical perspective on IS and is the driver for skills typically found in an engineering education. There is surely nothing wrong with that. Indeed, IS deal with a highly complex technological artifacts. So more and especially deeper skills in STEM (science, technology, engineering and mathematics) fields are certainly most welcome.

However information systems are more than computers. Designing, analyzing and implementing information systems effectively requires an understanding of the organization, the management and information technology shaping information systems. It was K. Weick who stated already that computers will defeat their own purpose because they create complexity (Weick 1985).

I argue that we should also adopt a more behavioral approach to IS. For instance phenomenon’s as IT projects failures cannot always be understood with the models used in a solely (cyber)-technical approach. Other behavioral disciplines should contribute to the methods and models. We refer to psychology (e.g. how do users really deal with IS?), sociology (e.g. how do IS shape organizations?) and economy (e.g. how do we evaluate IS?) as behavioral disciplines.  The behavioral approach of IS is certainly not new for IS researchers, but there is still a lack of more behavioral skills within the community of IT practitioners.  And the research for a deeper understanding of IS and especially IT projects goes on. I like to bring some researched topics that may lead to paradigm shifts in the education of IT/IS professional.

In the domain of organizational science there is research on High Reliability Organization (HRO). A topics that was initiated by K. Weick in 1999 (Weick et al. 1999).  In his seminal article, Organizing for High Reliability: Processes of Collective Mindfulness, Weick argues that in an HRO there is preoccupation with failure (“Failure is not an option”), reluctance to simplify interpretation (beware of ‘frameworks’, ‘models’, ‘mindsets’, …), sensitivity to operations (“situational awareness”) and commitment to resilience (“continuous management of fluctuations”). Lessons we can learn from HROs are:

          – The expectation of surprise is an organizational resource because it promotes attentiveness and discovery.

          – Anomalous events should be treated as outcomes rather than as accidents, to encourage search for sources and causes.

          – Errors should be made as conspicuous as possible to undermine self-deception and concealment.

          – Reliability requires diversity, duplication, overlap, and a varied response repertoire, whereas efficiency requires homogeneity, specialization, non-redundancy and standardization (bricolage?)

          – Interpersonal skills are just as important in HROs as are technical skills.

Another topic in IS research are Real Options Pricing Models (ROPMs) which could be suitable for large IT infrastructure investments where future revenue streams are unclear (unsuccessful?). RO means invest now – harvest later (Benaroch 2002). So an initial expenditure on IT/IS creates the right, but not the obligation to obtain the benefits associated with further development. The management has the freedom to cancel, defer, restart, or expand IT projects.

Very recently IS researchers are now working with the sociomateriality of IS (Orlikowski et al. 2008). This is a relational view of organizations and IS as sociomaterial arrangements of human and non-human actors. It assumes inherently inseparable sociality and materiality of IS by which IS enactments can create different kind of realities in practice (e.g. Why is one ERP implementation successful and why is another one considered as a failure?).

Some more shattered toughs on IT/IS projects that could inspire educators, technical colleges and universities to aim for new skills:

          – Traditional IT/IS project management techniques do not guaranteed success nor eliminates failures (IS success models)

          – IT/IS project management is too much focused on ‘how-to-do’

          – We should start to think about a management of meaning instead of management of control (Weick et al. 2005)

          – We should adopt a critical perspective on IT/IS projects: focus on values (technology is not neutral), ethics and morality equally important than efficiency & effectiveness. (e.g. trust versus control (Devos et al. 2009)

jan devos

sources

Benaroch, M. 2002. “Managing information technology investment risk: A real options perspective,” Journal of Management Information Systems (19:2) Fal, pp 43-84.

Brynjolfsson, E., and Hitt, L. M. 2000. “Beyond computation: Information technology, organizational transformation and business performance,” Journal of Economic Perspectives (14:4) Fal, pp 23-48.

Devos, J., Van Landeghem, H., and Deschoolmeester, D. 2009. “IT Governance in SMEs: Trust or Control?,” in Information Systems – Creativity and Innovation in Small and Medium-Sized Enterprises, G. Dhillon, B. C. Stahl and R. Baskerville (eds.), pp. 135-149.

Orlikowski, W. J., and Scott, S. V. 2008. “Sociomateriality: Challenging the Separation of Technology, Work and Organization,” Academy of Management Annals (2) 2008, pp 433-474.

Weick, K. E. 1985. “COSMOS VS CHAOS – SENSE AND NONSENSE IN ELECTRONIC CONTEXTS,” Organizational Dynamics (14:2) 1985, pp 50-64.

Weick, K. E., Sutcliffe, K. M., and Obstfeld, D. 1999. “Organizing for high reliability: Processes of collective mindfulness,” in Research in Organizational Behavior, Vol. 21, 1999, pp. 81-123.

Weick, K. E., Sutcliffe, K. M., and Obstfeld, D. 2005. “Organizing and the process of sensemaking,” Organization Science (16:4) Jul-Aug, pp 409-421.

New book! Information Systems for Small and Medium-sized Enterprises

Order your copy now!

http://www.springer.com/business+%26+management/business+information+systems/book/978-3-642-38243-7

Capture

Extended Call ! – IFIP WG 8.6 Doctoral Consortium (India)

failure

IFIP WG 86 Doctoral consortium in Mysore India – Extended call

Open data en de cloud: een revolutie in de informatiehuishouding van de overheid

Studiedag Vrijdag 22 februari 2013

Open data en de cloud: een revolutie in de informatiehuishouding van de overheid.

Keynote: Jan Devos, Howest en UGent – 10u30

Titel: Neemt de cloud alles over ? – De rol van de nieuwe CIO

cloudfolder_HR DEF (28 dec)

%d bloggers like this: