Kunt u eenvoudig productierapporten opstellen?

Discussieforum Productie Rapportering – 5 maart 2015
Deel uw ervaringen en leer uit die van anderen!

Meer info

IFIP TC 8 Conference on Big Data Information Systems

Big_Data_Information_System_-_TC8_ 2015_1st_CfP_A4-size

Big Data and Big Analytics

Volgens onderzoekers bij onder meer IBM waren er op het einde van het vorig millennium, 800.000 petabytes aan gegevens opgeslagen in informatiesystemen. Eén petabyte staat voor 1015 bytes dit is een één met 15 nullen erachter. Twitter genereerde vorig jaar alleen al 7 terabytes per dag en Facebook 10 terabytes per dag, een terabyte is 1012. De dood van Bin Laden in 2011 genereerde 5106 Tweets per seconde. De aardbeving in Fukushima was goed voor 6939 Tweets per seconde.

Volgens dezelfde onderzoekers zullen er tegen 2020, 35 zetabytes aan gegevens zijn opgeslagen. Eén zetabyte staat voor 1021 dit is een één met 21 nullen. Het komt de duur niet op een nul meer of minder. Dit zijn astronomische hoeveelheden aan gegevens die ons voorstellingsvermogen overstijgen.

We spreken op vandaag terecht van Big Data. 80% van deze gegevens is helaas niet gestructureerd, het is te zeggen zomaar niet om te zetten tot informatie of kennis, zonder aangepaste software of algoritmes.  Voor bedrijven stijgt de hoeveelheid beschikbare data exponentieel, maar tezelfdertijd daalt de capaciteit van bedrijven om deze data te kunnen verwerken ook exponentieel!

Bedrijven kampen op vandaag zelfs voornamelijk met het kleinere aandeel, de 20%  gestructureerde gegevens. Dit zijn gegevens die ogenschijnlijk netjes opgeslagen zijn in tabellen en aldus potentieel gerelateerd zijn met elkaar. Toch zijn ook deze gegevens niet altijd vlot om te zetten tot informatie of kennis, waarop er beslissingen kunnen genomen worden.  Voor de CIO geen gemakkelijk opdracht om uit deze ruwe diamant mooie geslepen juwelen te slijpen!

Volgens Gartner kijken vele bedrijfsleiders nog te veel naar de bestaande ERP systemen die het probleem van financiële software zullen oplossen. Was dit trouwens niet het USP van een ERP systeem? Samen brengen van alle bedrijfsgegevens in één centrale repository? Helaas mankeren deze systemen meestal het analytische vernuft die op vandaag vereist wordt om alsmaar complexere informatiesets te kunnen aanleveren. De spreadsheet inschakelen zoals dit maar al te vaak gebeurt is echt geen goede oplossing omdat ook hier op termijn de nodige ondersteuning dreigt te kort te schieten.

Tenslotte is er de vaststelling, nog volgens Gartner, dat ‘business analytics’ complexe materie is dat verduiveld moeilijk te begrijpen is voor de meeste IT-ers. De CIO en BI-analisten zullen meer en meer een sterke zakelijke backgrond nodig hebben zodat ze de gepaste tools kunnen inschakelen om de behoeften van de bedrijfsleiding te kunnen invullen.

jan devos

2013 in review

The WordPress.com stats helper monkeys prepared a 2013 annual report for this blog.

Here’s an excerpt:

A New York City subway train holds 1,200 people. This blog was viewed about 4,400 times in 2013. If it were a NYC subway train, it would take about 4 trips to carry that many people.

Click here to see the complete report.

ICIS 2013 – Geen wolkje aan de hemel?

IMG_20131216_103209

De grootste en jaarlijkse academische conferentie voor information systems (IS), ICIS 2013 is achter de rug. Het circus streek ditmaal neer  voor meer dan vijf dagen in Milaan, de economische hoofdstad van Italië. Een paar reflecties van een geïnteresseerde deelnemer.

Met 1537 deelnemers was ik dus niet alleen. Dit is inderdaad de grootste wetenschappelijke conferentie over informatiesystemen. Groot en veel staan niet altijd garant voor kwaliteit maar in het geval van ICIS is dit wel het geval.  In eerste instantie heeft ICIS nog altijd een zeer lage acceptatiegraad (minder dan 30% van de meer dan 800 papers worden toegelaten) waardoor enkel topresearch gepresenteerd wordt. Bovendien is de conferentie een bron van informatie door de grote aanwezigheid van IS-toponderzoekers over de ganse wereld.  De verscheidenheid aan fora op de conferentie zelf, zoals paperpresentaties, paneldiscussies, workshops, postersessies en netwerkmomenten, zorgen er mede voor dat informatie goed verspreid wordt.

Wat zijn de grote tendensen? Uiteraard zeer moeilijk te beantwoorden en bovendien niet gespeend van enige vorm van subjectiviteit. Dit laatste geheel terzijde, want dit is een persoonlijke weblog en uiteraard geen officieel standpunt. De thema’s die mij sterk opvielen, niet in het minst omdat deze veel volk lokten waren: cloud computing,  business informatics (BI, ERP, BPM, …), social media, mobile computing, de rol van de CIO,  e-Healthcare, en MOOCs.  Minder opvallend waren thema’s zoals ‘serious’ gaming, crowd sourcing, en 3D-printing. Zoals steeds op deze conferentie werd er zeer veel aandacht besteed aan de methodologie van het onderzoek en de natuur van onderzoekdiscipline. Immers, nog altijd wordt IS (information systems) sterk verward met IT (information technology). Uiteraard vertonen beide disciplines gelijkenissen, maar IT beperkt zich tot het louter bestuderen van de ‘neutrale’ technologie, het is te zeggen de technologie zonder de mens. IS (information systems) graaft dieper en bestudeert de IT in een context van een organisatie en met de mens als essentiële actor.

De grootste revelatie van de conferentie waren volgens mij de vele posters met nieuw onderzoek. Niet alleen PhD-onderzoek werd er getoond maar ook gevestigde waarden stonden soms zeer geestdriftig hun onderzoek uit te leggen. Er werden 109 nieuwe onderzoeken voorgesteld via posters. Heel veel ging over adoptie van sociale media en cloud computing. De verscheidenheid van de thema’s van de posters en hun hoog innovatief gehalte stond in schril contrast met de paperpresentaties. Deze laatsten waren vooral presentaties van braaf kwantitatief onderzoek en misten heel vaak een innovatieve dimensie.

Een spijtige tendens, maar zeker niet specifiek voor deze conferentie, is de zeer sterke nadruk op kwantitatief onderzoek gebaseerd op surveys. Hoe multivariabel een probleem zich ook manifesteert en ook zo door de onderzoekers ervaren wordt, althans in een exploratieve fase, toch wordt het begrijpen heel (te?) vaak herleidt tot een model met louter causale en bovendien steeds lineaire verbanden. Het aantal onafhankelijke variabelen wordt hierdoor sterk gereduceerd waardoor het model weliswaar kwantitatief behandelbaar wordt, maar helaas soms mijlenver van de realiteit verwijderd is. Daarna volgt een enquête, die wel volgens de regels van de kunst (statistiek) wordt uitgevoerd. Hierin schitteren, het moet gezegd, vele onderzoekers. In de nabespreking en de discussie van de resultaten komen helaas wel de weggemoffelde variabelen terug op tafel. Uiteraard is het beleefd van de onderzoekers in kwestie om nog wat onderzoek over te laten aan de collegae, maar ergens heb je het gevoel dat de ‘rigor’ overheerst op de ‘relevance’. Een evenwicht dat nochtans sterk wordt gekoesterd in deze gemeenschap van academici. De reden voor het overwicht aan kwantitatief onderzoek ligt nog altijd bij de vele A1-tijdschriften, voornamelijk van Amerikaanse origine, die dit soort onderzoek meer valideert. Een misplaatst conservatisme? Een te verouderde groep van senior editors? Ik zou het niet weten. Vele jonge onderzoekers kiezen dit soort onderzoek dan ook louter omwille van hun carrièremogelijkheden die vaak afgerekend wordt op publicaties in deze tijdschriften.

Typerend was de aarzeling dat een onderzoeker had om zijn onderzoek gebaseerd op case studies, een Delphi studie en grounded theorie te presenteren. Uit een vooronderzoek bleek dat 60% van alle M&A’s mislukken en dat IT/IS daarbij één van de belangrijkste oorzaken is. Een dergelijk zeer relevant fenomeen laat zich toch niet dieper onderzoeken door louter een enquête?

IS onderzoek is in Ierland sterk aanwezig, dus ook op ICIS. Een onderzoek naar de semantiek van de discipline is meer dan noodzakelijk. Het elkaar begrijpen in het gebruik van de juiste syntax is meer dan noodzakelijk, zeker voor een jonge wetenschap. Daarbij komt dat de IS discipline een heel sterke praktische dimensie heeft, waar vaak een andere semantiek (en syntax) gehanteerd wordt. Ooit al eens nagegaan in hoeveel verschillende betekenissen het werkwoord ‘implementeren’ wordt gebruikt als het over informatiesystemen gaat?

Het zwaard van Damocles hangt boven zowat elke vorm van invoeren van informatiesystemen. Vele initiatieven mislukken om evenveel verschillende redenen. Een senior researcher en professor beweerde dat hij al 25 jaar bezig is met het zoeken naar oplossingen om de IT productiviteitsparadox aan te pakken. Een team uit Canada heeft een onderzoeksproject opgezet om na te gaan hoe er effectieve business cases kunnen gecreëerd worden voor complexe IT infrastructuren. Daarbij heeft men de focus op ERP gelegd. Men heeft ontdekt dat er twee types van business cases zijn. De eerste (type A) legt de nadruk op de interne bronnen en middelen en wordt voornamelijk opgebouwd in organisaties zonder externe consultants. Dit zijn de mens-georiënteerde business cases. Het tweede (type B) legt vooral nadruk op benchmarks en wordt meestal met de hulp van externe consultants opgemaakt. Dit zijn de zakelijke georiënteerde business cases. Beide types vormen een dichotomie.

Er was heel wat te doen rondom cloud computing op ICIS. De shift naar cloud computing is momenteel serieus aan het vertragen (A Slow Train Coming? – B. Dylan). De redenen daarvoor zijn de vrees voor onvoldoende beveiliging van gegevens en het misbruik van opgeslagen gegevens. De grote stap naar volledig cloud computing is zeker nog niet gezet. Er zijn ook nog veel technische problemen. Echte schaalbaarheid, wat de echte troefkaart zou moeten zijn is nog steeds zeer moeilijk realiseerbaar. Hoe kan men bijvoorbeeld 50 servers schalen naar 3000 servers? Een reëel probleem dat niet zo maar vlot op te lossen is. Of hoe beheert men 150000 servers over 300 datacenters? Eveneens hier zijn nog heel wat technische problemen op te lossen alvorens een vlotte schaalbare service mogelijk wordt. De cloud evolueert ook van een opslagcloud (Capacity Cloud) naar een dienstencloud (Capability Cloud). Bovendien stelde iemand vast dat quasi alle nieuwe technologische ontwikkelingen zich in de cloud afspelen (mobile apps, virtualisatie, SOA, web services, …), waardoor organisaties wellicht geen andere weg meer zullen kunnen inslaan dan de overtocht naar de cloud.  Onderzoek wijst ook uit dat persoonlijke informatie best mag ingezien worden in de cloud, als daar een duidelijke meerwaarde voor de gebruiker tegenover staat. De meest gevoelige persoonlijke informatie is deze met betrekking tot de identiteit en de locatie van het individu.

Business Informatics (BPM – management and modeling) – Zoals vele tendensen in IS, zoals governance, beveiliging, alignment, is ook business informatics grotendeels gedreven door praktische inzichten. IS researchers gaan de uitdaging  aan om de theoretische fundamenten er van pogen bloot te leggen. Aan de universiteit van Munster (ERCIS) vind er onderzoek plaats naar de toepassing van de theorie van Giddens (Structurisation theory) om business processen te verklaren en diepere betekenis te geven.  Aan de MIS Research groep van de UGent wordt ook sterk gewerkt aan BPM. Collega Amy Van Looy presenteerde haar recentste werk over de impact van organisatiestructuur en organisatiecultuur op de maturiteit van BP. Cultuur gaat voor structuur, is de voorlopige conclusie.

IMG_20131217_142429

Collega Amy Van Looy (MIS Research UGent) aan het werk op ICIS 2013

Over de veranderende rol van de CIO kwam er verrassend nieuws. CIO’s worden veel meer gerespecteerd door CEO’s dan wat uit de populaire pers mag blijken. Het belang van een CIO is vooral aanwezig (en noodzakelijk) in organisaties die in een transformatiefase zitten. Organisaties die louter automatiseren of enkel informatiesystemen bouwen om informatie aan te leveren hebben minder sterke CIO’s van doen.  Het profiel van een CIO lijkt meer compatibel te zijn met dat van een CFO dan met dat van een CMO (marketing). Deze laatste gaat zich evenwel meer en meer met IS inlaten (big data, data analytics). Toch mogen we niet in stereotypes vervallen. Een prachtig werk daarover is ‘The CIO Paradox: Battling the Contradictions of IT Leadership’ (2012), van Martha Heller.

Geen wolkje aan de hemel? Om even terug te keren naar de titel van deze blog. Het lijkt erop dat de IS discipline in volle ontplooiing is. Toch heeft de IS gemeenschap schrik dat hun onderzoekdiscipline meer en meer dreigt op te gaan in andere disciplines zoals management research, sociologie, psychologie, organisatieleer en computerwetenschappen. Het feit dat vele managementscholen IS uit hun curriculum weren is daar al een veeg teken van. In het recente verleden was de discipline al eens in een crisis vergleden omdat velen vaststelden dat collegae-onderzoekers de IT artefact dreigden te sublimeren tot een detail, terwijl dit uiteindelijk toch altijd de kern van het IS onderzoek uitmaakt. Blijkbaar is de neiging om het IS-onderzoek te laten evolueren tot een groot academisch speelveld nog altijd groot. Een onderzoeker stelde dat het veel makkelijker is om een IT-er business-inzicht te geven dan een niet-IT’er inzicht van technologie te geven. Wellicht kan dat een oorzaak zijn waarom de IT-artefact steeds eerherstel moet krijgen. Want van één zaak ben ik alvast overtuigd, zonder IT-artefact is er geen IS-onderzoek (nodig).

Volgend jaar gaat ICIS 2014 door in New Zealand (Auckland).

jan devos

Call for Papers: Mini track on SMEs and IT/IS evaluation – ECIME 2014 Ghent

8th European Conference on IS Management and Evaluation – ECIME 2014
University of Ghent, Ghent, Belgium
11-12 September 2014


Conference venue


Geert Poels


Jan Devos


Steven De Haes


Dirk Deschoolmeester,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Conference Chair:

Geert Poels,  Ghent University, Belgium

Programme Co-Chairs:

Jan Devos, Ghent University and Steven De Haes, University of Antwerp & Antwerp Management School, Belgium

Keynote speaker:

Prof. Dr. ir. Dirk Deschoolmeester, University of Ghent, Ghent, Belgium

 

We would like to warmly welcome you to the 8th European Conference on IS Management and Evaluation. The conference will be held at the Campus of the Ghent University Belgium in the city center. Ghent is a historic city, yet at the same time a contemporary one. The modern daily life of the city’s active inhabitants plays itself out against a gorgeous historical backdrop. In Ghent, they live, work and enjoy life over and over again each day.

ICT management and evaluation areas offer exciting research topics and ECIME is widely known to be a leading forum for scientific debate and knowledge dissemination in this domain. Constant changes in ICT application, both in commercial and public sectors, as well as the high impact of the human factor on the ICT projects’ success pose challenges to academia and practice. We are convinced that your participation in the ECIME will significantly contribute to the improvement of this fascinating research field.

We are looking forward to meeting you in Ghent.

On behalf of the Conference Team,

Jan Devos

Programme Co-chair

Mini track call for papers on SMEs and IT/IS evaluation    

Mini track chair:Jan Devos,Ghent University, Belgium

 

Small and medium-sized Enterprises (SMEs) play a significant role as engines of economic and social development all over the world. Many scholars argue that a small and medium-sized enterprise cannot be seen through the lens of a large firm. Therefore, the limited theories for IT/IS (Information Technology/Information Systems) evaluation in large organizations cannot be linearly extrapolated to SMEs, since we are dealing with a completely different economic, cultural and managerial environment.

 

This mini track aims at IT/IS research, qualitative as well as quantitative, conducted in the specific context of SMEs. Also more practice-oriented papers, case studies, and reflective papers are welcome.

 

The possible topics of interest include, but are not limited to, the following domains:

 

  • IT/IS Outsourcing, IT/IS Vendor management
  • Project Management
  • Cloud Computing, Social Media, Big Data in SMEs

 

  • Enterprise Applications (ERP, CRM) in SMEs
  • IT/IS success models for SMEs
  • IT/IS security in SMEs

ECIME_2014-cfp_MT-Devos

Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt… Geen Informatica meer in het middelbaaronderwijs?

seguridad-informatica1-300x225

De koepel van het katholieke onderwijs heeft beslist; geen vak informatica meer in het middelbaar onderwijs. Althans niet meer in het TSO en BSO, wel nog in het ASO.  Het vak moet meer aan bod komen in de andere lessen is de motivatie.

Voor mij als docent informatica die het vak Inleiding tot de Informatica aan het eerste bachelorjaar industriële wetenschappen doceer, komt dit niet echt als een complete verrassing.  De argumentatie dat het vak moet aan bod komen in de andere lessen valt te verdedigen maar wijst eerder op een totaal ander probleem.  Een probleem dat helaas structureel is in ons onderwijs. Ons onderwijs kampt immers met een groot gebrek innovatiegerichtheid en te sterke aversie tot veranderen. Ik wil hier zeker niet de uitzonderingen vergeten te vermelden die deze regel alleen maar bevestigen. Neem even een kijkje op Edushock (www.edushock.be) en je zult het wel met me eens zijn. Toch blijft het merkwaardig dat de bereidheid tot veranderen en innovatie vooral buiten het onderwijsveld ontstaat. Informatica heeft nooit een verdiende plaats gekregen in het middelblaaronderwijs. Waarom niet? Hiervoor zijn redenen te veel om op te sommen: nog niet volwassen, te sterk aan veranderingen onderhevig, niet wiskundig genoeg, te moeilijk, te kort aan universitaire opgeleide docenten, geen plaats binnen het bestaande uurrooster… Allemaal redenen die rechtstreeks vanuit de buik van de onderwijswereld komen en haaks tegenover de realiteit van informatica in de ‘echte’ wereld staan. Er werd zolang getalmd met al dan niet doceren van informatica dat men dan maar beslist om het gewoon te schrappen. Informatica is gereduceerd tot een instrument.

De bal die de informaticaleerkrachten, die dus eigenlijk amper hebben bestaan, doorspelen naar hun collega’s lijkt niet de beste oplossing te zijn hoe goed ze ook bedoeld is, om verschillende redenen. Een eerste is alvast of de ‘andere’ leerkrachten wel bereid zullen zijn om informaticagebruik te verweven binnen hun vakgebied, gesteld dat ze deze vaardigheid zelf beheersen. Ook nu al is het verschil in informatica-gerichtheid van leerkrachten bijzonder groot. Niets is immers gegarandeerd en veel is te afhankelijk van de persoonlijke goodwill en inzet van een leerkracht die het goed meent. Sommigen vertikken het zelfs om gebruik van informatica in te voeren in hun lessen, met nefaste gevolgen voor de motivatie niet in laatste instantie deze van de leerlingen. Stel dat we de ‘andere’ leerkrachten toch zover krijgen, zullen onze leerlingen dan beter kunnen omgaan met diverse tekenpakketten, rekenbladen,  fotografische toepassingen, presentatietoepassingen edm? Ik denk het niet. Daarvoor zijn er te grote verschillen in wat nu precies allemaal moet gekend zijn om een goed getrainde informatica-gebruiker te zijn. De informatica-industrie met zijn gigantische marketingbudgetten speelt daar heel handig op in en fnuikt hiermee initiatieven zoals Open Source Software collectieven die in het middelbaar onderwijs maar niet aan bod komen.

De Europese vereniging CEPIS heeft zich over de kennis van informaticagebruik nochtans al gebogen en daarvoor de Europese Computer Drivers License (ECDL) in het leven geroepen (www.bfia.be/ecdl.html).  Met wisselend succes overigens. In België helemaal geen succes, in vele andere landen (Duitsland, Zwitserland, VK) een zeer groot succes.  Een ééngemaakt Europees onderwijssysteem is blijkbaar nog ver zoek.

Toch zou de ECDL de oplossing voor het probleem kunnen zijn, uiteraard enkel voor het gebruik van informatica. Leerlingen krijgen een aantal lespakketten te beschikking waarin ze zelf en op eigen tempo hun vaardigheden op gebied van informatica aanscherpen. Alles valt te vergelijken met het behalen van autorijbewijs. Standaard en los van enige merk of product maar wel zeer doelgericht. Daarvoor is de ECDL samengesteld door specialisten ter zake. Terloops gezegd, de vereiste basisbehendigheid met informatica lijkt mij noodzakelijk voor alle leerlingen, niet enkel deze in het TSO en het BSO. In mijn ervaring zijn het trouwens de leerlingen uit de laatste richtingen die hun collega’s uit het ASO overklassen met het beheersen van informaticatoepassingen. Gebruik van informatica kan toch bekeken worden als iets voor techneuten?

En voor diegene die mochten twijfelen aan het feit dat het gebruik van informatica te wensen overlaat verwijs ik graag naar een studie van het CEPIS dat heeft aangetoond dat het vaak bijzonder triestig gesteld is met de basisbehendigheid van informatica.  (www.ecdl.be/fileadmin/user_upload/Documents/Control_Alt_Delete_Study_ECDL-F_Press.pdf)

Men spreekt in die zin over de ‘Cost of IT Ignorance’.  Vele leerlingen denken immers te snel te weten hoe ze met een toepassing moeten werken, maar slagen er vaak niet om echt rendementsvol werk af te leveren. Rekenbladen worden amper gebruikt (en indien wel dan bevatten ze heel wat fouten), van tekstverwerkers kent men enkel wat er aan knopjes gepresenteerd wordt op het standaardscherm en in presentatieprogramma’s beperkt het gebruik zich tot een voorgekauwd sjabloon.  Bedrijven en organisaties zien zich dus geconfronteerd met de Cost of IT Ignorance.

Een meer fundamentelere vraag die zich hier aandient en die verder gaat dan het gebruik van informatica, gaat er over of informatica een voldoende wetenschappelijke basisdiscipline is die aan leerlingen moet gedoceerd worden. Blijkbaar niet want informatica kan blijkbaar niet wedijveren met fysica, scheikunde, biologie, en wiskunde. Informatica is van origine een toegepaste wetenschap, die vaak geclaimd wordt door verschillende andere, meer basisdisciplines. Zelfs de sociologie, de economie en de psychologie hebben informatica adopteert. Bekijken we de informatica vanuit een strikt positivistische wetenschapsbril dan vallen we terug op de computerwetenschappen, die zich nog verder vertakken en beroepen op de basispijlers van de ingenieurswetenschappen (elektromagnetisme, elektronica, vaste stof fysica, kwantummechanica, logica, discrete wiskunde, ….). Op academisch niveau moest er heel wat baanbrekend werk worden verricht om de computerwetenschappen een plaats te geven tussen de positieve wetenschappen.  Toen de K.U.Leuven als eerste universiteit in België in de jaren 70 van vorige eeuw de richting burgerlijk ingenieur in de computerwetenschappen oprichtte, kon dit enkel maar indien ook alle andere ingenieursvakken werden gedoceerd en dan nog werd enkel een wetenschappelijk diploma toegekend en geen wettelijk. Dit maakte destijds deze richting de moeilijkste van alle ingenieursrichtingen. Als informaticus zou ik uiteraard durven de computerwetenschappen in het middelbare onderwijs als een basisdiscipline stellen naast biologie en chemie. De fysica (of toch delen daarvan) kan dan misschien  meteen opgenomen worden in dit nieuwe basisvak.

Nog een ander perspectief is dat van impact van informatica op onze persoonlijke en maatschappelijk evolutie. We leven in een digitaal tijdperk waarin de toepassingen van informatica ons dagelijks functioneren beheersen en veranderen. Of we nu willen of niet: Facebook, Twitter, YouTube, e-mail, Gaming, Google Earth, chatten, …. ze zijn er en ze zullen niet meer verdwijnen. Integendeel dagelijks ontstaan er nieuwe collectieven en toepassingen die gebruik van informatica een nieuwe maatschappelijke functie geven (denk aan fenomenen zoals het Internet-of-Things, BYOD, Big Data, …). Moeten we onze leerlingen niet daarop wijzen, er duiding bij geven en vooral ruimte tot experimenteren? Nu we geschiedenis en aardrijkskunde van het programma dreigen te schrappen zit er misschien hier een innovatieve mogelijkheid in om deze wetenschappen een nieuw elan te geven. Ook esthetische vorming met behulp van digitale kunst zou een revival kunnen impliceren voor de teloorgang van de aandacht voor de (klassieke) kunsten. Er werden nog nooit meer museumbezoeken genoteerd sinds de musea online zijn gegaan!  Een ook ethiek en wetgeving zouden door informatica heel aantoonbaar kunnen gemaakt worden. We hebben het dagelijks over computercriminaliteit en inbreuken op onze persoonlijke levenssfeer. Waarom kan dit niet op school tot de leerstof behoren?

Al bij al een pleidooi om informatica een plaats te geven dat het verdient. Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt.

jan devos

%d bloggers like this: