ICIS 2013 – Geen wolkje aan de hemel?

IMG_20131216_103209

De grootste en jaarlijkse academische conferentie voor information systems (IS), ICIS 2013 is achter de rug. Het circus streek ditmaal neer  voor meer dan vijf dagen in Milaan, de economische hoofdstad van Italië. Een paar reflecties van een geïnteresseerde deelnemer.

Met 1537 deelnemers was ik dus niet alleen. Dit is inderdaad de grootste wetenschappelijke conferentie over informatiesystemen. Groot en veel staan niet altijd garant voor kwaliteit maar in het geval van ICIS is dit wel het geval.  In eerste instantie heeft ICIS nog altijd een zeer lage acceptatiegraad (minder dan 30% van de meer dan 800 papers worden toegelaten) waardoor enkel topresearch gepresenteerd wordt. Bovendien is de conferentie een bron van informatie door de grote aanwezigheid van IS-toponderzoekers over de ganse wereld.  De verscheidenheid aan fora op de conferentie zelf, zoals paperpresentaties, paneldiscussies, workshops, postersessies en netwerkmomenten, zorgen er mede voor dat informatie goed verspreid wordt.

Wat zijn de grote tendensen? Uiteraard zeer moeilijk te beantwoorden en bovendien niet gespeend van enige vorm van subjectiviteit. Dit laatste geheel terzijde, want dit is een persoonlijke weblog en uiteraard geen officieel standpunt. De thema’s die mij sterk opvielen, niet in het minst omdat deze veel volk lokten waren: cloud computing,  business informatics (BI, ERP, BPM, …), social media, mobile computing, de rol van de CIO,  e-Healthcare, en MOOCs.  Minder opvallend waren thema’s zoals ‘serious’ gaming, crowd sourcing, en 3D-printing. Zoals steeds op deze conferentie werd er zeer veel aandacht besteed aan de methodologie van het onderzoek en de natuur van onderzoekdiscipline. Immers, nog altijd wordt IS (information systems) sterk verward met IT (information technology). Uiteraard vertonen beide disciplines gelijkenissen, maar IT beperkt zich tot het louter bestuderen van de ‘neutrale’ technologie, het is te zeggen de technologie zonder de mens. IS (information systems) graaft dieper en bestudeert de IT in een context van een organisatie en met de mens als essentiële actor.

De grootste revelatie van de conferentie waren volgens mij de vele posters met nieuw onderzoek. Niet alleen PhD-onderzoek werd er getoond maar ook gevestigde waarden stonden soms zeer geestdriftig hun onderzoek uit te leggen. Er werden 109 nieuwe onderzoeken voorgesteld via posters. Heel veel ging over adoptie van sociale media en cloud computing. De verscheidenheid van de thema’s van de posters en hun hoog innovatief gehalte stond in schril contrast met de paperpresentaties. Deze laatsten waren vooral presentaties van braaf kwantitatief onderzoek en misten heel vaak een innovatieve dimensie.

Een spijtige tendens, maar zeker niet specifiek voor deze conferentie, is de zeer sterke nadruk op kwantitatief onderzoek gebaseerd op surveys. Hoe multivariabel een probleem zich ook manifesteert en ook zo door de onderzoekers ervaren wordt, althans in een exploratieve fase, toch wordt het begrijpen heel (te?) vaak herleidt tot een model met louter causale en bovendien steeds lineaire verbanden. Het aantal onafhankelijke variabelen wordt hierdoor sterk gereduceerd waardoor het model weliswaar kwantitatief behandelbaar wordt, maar helaas soms mijlenver van de realiteit verwijderd is. Daarna volgt een enquête, die wel volgens de regels van de kunst (statistiek) wordt uitgevoerd. Hierin schitteren, het moet gezegd, vele onderzoekers. In de nabespreking en de discussie van de resultaten komen helaas wel de weggemoffelde variabelen terug op tafel. Uiteraard is het beleefd van de onderzoekers in kwestie om nog wat onderzoek over te laten aan de collegae, maar ergens heb je het gevoel dat de ‘rigor’ overheerst op de ‘relevance’. Een evenwicht dat nochtans sterk wordt gekoesterd in deze gemeenschap van academici. De reden voor het overwicht aan kwantitatief onderzoek ligt nog altijd bij de vele A1-tijdschriften, voornamelijk van Amerikaanse origine, die dit soort onderzoek meer valideert. Een misplaatst conservatisme? Een te verouderde groep van senior editors? Ik zou het niet weten. Vele jonge onderzoekers kiezen dit soort onderzoek dan ook louter omwille van hun carrièremogelijkheden die vaak afgerekend wordt op publicaties in deze tijdschriften.

Typerend was de aarzeling dat een onderzoeker had om zijn onderzoek gebaseerd op case studies, een Delphi studie en grounded theorie te presenteren. Uit een vooronderzoek bleek dat 60% van alle M&A’s mislukken en dat IT/IS daarbij één van de belangrijkste oorzaken is. Een dergelijk zeer relevant fenomeen laat zich toch niet dieper onderzoeken door louter een enquête?

IS onderzoek is in Ierland sterk aanwezig, dus ook op ICIS. Een onderzoek naar de semantiek van de discipline is meer dan noodzakelijk. Het elkaar begrijpen in het gebruik van de juiste syntax is meer dan noodzakelijk, zeker voor een jonge wetenschap. Daarbij komt dat de IS discipline een heel sterke praktische dimensie heeft, waar vaak een andere semantiek (en syntax) gehanteerd wordt. Ooit al eens nagegaan in hoeveel verschillende betekenissen het werkwoord ‘implementeren’ wordt gebruikt als het over informatiesystemen gaat?

Het zwaard van Damocles hangt boven zowat elke vorm van invoeren van informatiesystemen. Vele initiatieven mislukken om evenveel verschillende redenen. Een senior researcher en professor beweerde dat hij al 25 jaar bezig is met het zoeken naar oplossingen om de IT productiviteitsparadox aan te pakken. Een team uit Canada heeft een onderzoeksproject opgezet om na te gaan hoe er effectieve business cases kunnen gecreëerd worden voor complexe IT infrastructuren. Daarbij heeft men de focus op ERP gelegd. Men heeft ontdekt dat er twee types van business cases zijn. De eerste (type A) legt de nadruk op de interne bronnen en middelen en wordt voornamelijk opgebouwd in organisaties zonder externe consultants. Dit zijn de mens-georiënteerde business cases. Het tweede (type B) legt vooral nadruk op benchmarks en wordt meestal met de hulp van externe consultants opgemaakt. Dit zijn de zakelijke georiënteerde business cases. Beide types vormen een dichotomie.

Er was heel wat te doen rondom cloud computing op ICIS. De shift naar cloud computing is momenteel serieus aan het vertragen (A Slow Train Coming? – B. Dylan). De redenen daarvoor zijn de vrees voor onvoldoende beveiliging van gegevens en het misbruik van opgeslagen gegevens. De grote stap naar volledig cloud computing is zeker nog niet gezet. Er zijn ook nog veel technische problemen. Echte schaalbaarheid, wat de echte troefkaart zou moeten zijn is nog steeds zeer moeilijk realiseerbaar. Hoe kan men bijvoorbeeld 50 servers schalen naar 3000 servers? Een reëel probleem dat niet zo maar vlot op te lossen is. Of hoe beheert men 150000 servers over 300 datacenters? Eveneens hier zijn nog heel wat technische problemen op te lossen alvorens een vlotte schaalbare service mogelijk wordt. De cloud evolueert ook van een opslagcloud (Capacity Cloud) naar een dienstencloud (Capability Cloud). Bovendien stelde iemand vast dat quasi alle nieuwe technologische ontwikkelingen zich in de cloud afspelen (mobile apps, virtualisatie, SOA, web services, …), waardoor organisaties wellicht geen andere weg meer zullen kunnen inslaan dan de overtocht naar de cloud.  Onderzoek wijst ook uit dat persoonlijke informatie best mag ingezien worden in de cloud, als daar een duidelijke meerwaarde voor de gebruiker tegenover staat. De meest gevoelige persoonlijke informatie is deze met betrekking tot de identiteit en de locatie van het individu.

Business Informatics (BPM – management and modeling) – Zoals vele tendensen in IS, zoals governance, beveiliging, alignment, is ook business informatics grotendeels gedreven door praktische inzichten. IS researchers gaan de uitdaging  aan om de theoretische fundamenten er van pogen bloot te leggen. Aan de universiteit van Munster (ERCIS) vind er onderzoek plaats naar de toepassing van de theorie van Giddens (Structurisation theory) om business processen te verklaren en diepere betekenis te geven.  Aan de MIS Research groep van de UGent wordt ook sterk gewerkt aan BPM. Collega Amy Van Looy presenteerde haar recentste werk over de impact van organisatiestructuur en organisatiecultuur op de maturiteit van BP. Cultuur gaat voor structuur, is de voorlopige conclusie.

IMG_20131217_142429

Collega Amy Van Looy (MIS Research UGent) aan het werk op ICIS 2013

Over de veranderende rol van de CIO kwam er verrassend nieuws. CIO’s worden veel meer gerespecteerd door CEO’s dan wat uit de populaire pers mag blijken. Het belang van een CIO is vooral aanwezig (en noodzakelijk) in organisaties die in een transformatiefase zitten. Organisaties die louter automatiseren of enkel informatiesystemen bouwen om informatie aan te leveren hebben minder sterke CIO’s van doen.  Het profiel van een CIO lijkt meer compatibel te zijn met dat van een CFO dan met dat van een CMO (marketing). Deze laatste gaat zich evenwel meer en meer met IS inlaten (big data, data analytics). Toch mogen we niet in stereotypes vervallen. Een prachtig werk daarover is ‘The CIO Paradox: Battling the Contradictions of IT Leadership’ (2012), van Martha Heller.

Geen wolkje aan de hemel? Om even terug te keren naar de titel van deze blog. Het lijkt erop dat de IS discipline in volle ontplooiing is. Toch heeft de IS gemeenschap schrik dat hun onderzoekdiscipline meer en meer dreigt op te gaan in andere disciplines zoals management research, sociologie, psychologie, organisatieleer en computerwetenschappen. Het feit dat vele managementscholen IS uit hun curriculum weren is daar al een veeg teken van. In het recente verleden was de discipline al eens in een crisis vergleden omdat velen vaststelden dat collegae-onderzoekers de IT artefact dreigden te sublimeren tot een detail, terwijl dit uiteindelijk toch altijd de kern van het IS onderzoek uitmaakt. Blijkbaar is de neiging om het IS-onderzoek te laten evolueren tot een groot academisch speelveld nog altijd groot. Een onderzoeker stelde dat het veel makkelijker is om een IT-er business-inzicht te geven dan een niet-IT’er inzicht van technologie te geven. Wellicht kan dat een oorzaak zijn waarom de IT-artefact steeds eerherstel moet krijgen. Want van één zaak ben ik alvast overtuigd, zonder IT-artefact is er geen IS-onderzoek (nodig).

Volgend jaar gaat ICIS 2014 door in New Zealand (Auckland).

jan devos

Advertisements

About jangdevos
I'm an IT/IS professor, a late Baby Boomer, married with Ann and father of Hélène and Willem, a Stones fan and interested in almost everything. I work at the UGent (campus Kortrijk), Belgium. My research domain are: IT Governance in SMEs, IT/IS Security, IT Management, IT Project Management, IT Trends and IT/IS failures.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: