Quo Vadis Industrieel Ingenieur? – deel II

Vanaf september 2013 zullen alle diploma’s van industrieel ingenieur via een universiteit uitgereikt worden. Het diploma wordt trouwens omgevormd tot master in de Industriële Wetenschappen, hoewel de titel van industrieel ingenieur behouden blijft voor alle toekomstige afstuderende.  Dit is een late implementatiestap van het Bologna-akkoord van 1999 waarbij het Europa van de kennis werd gecreëerd.

De doelstellingen van deze transitie zijn wellicht nobel hoewel we ons toch een aantal vragen kunnen stellen bij de praktische invulling ervan. De voorbereiding van dit proces werd in Vlaanderen gerealiseerd via de universitaire associaties waarbij deze van de UGent en van de KU Leuven de hoofdrol speelden. Beiden hebben echter gekozen voor een verschillend scenario. In Leuven werden de opleidingen industrieel ingenieur in een aparte (en nieuwe) faculteit ondergebracht. In Gent gaan de industrieel ingenieurs ‘integreren’ met de burgerlijk ingenieurs. Als docent in een hogeschool heb ik dit integratieproces op de voet kunnen volgen. Wat daarbij op te merken valt is dat men zeer voorzichtig is geweest om de beide profielen niet te vermengen. Toch zijn de rationele criteria die hiervoor gehanteerd worden grotendeels afwezig. Er zijn daarbij zowel afstotende als aantrekkende krachten aanwezig die uiteraard diametraal tegenover elkaar staan.  De associatie van de KU Leuven heeft het integratieprobleem wellicht het meest efficiënt opgelost door niet te integreren. UGent koos voor een moeilijker traject.

Wat staat er uiteindelijk op het spel?

In eerste instantie is er natuurlijk de vrij grote beroepsgroep van industrieel ingenieurs die op onze KMO-markt zeer goed gedijt. Het profiel is maar al te goed gekend bij de bedrijven die hiermee vaak goedkoper een professioneel profiel kunnen aantrekken in tegenstelling tot burgerlijk ingenieurs. In een ronde tafelgesprek gaf een grote industriële groep uit Vlaanderen te kennen dat industrieel ingenieurs bij aanwerving een zelfde loon als professionele bachelors ontvangen om pas na een aantal jaren ingeschakeld te worden in de loonschalen die gangbaar zijn voor universitaire werknemers.  Zijn industrieel ingenieurs dan minderwaardig dan burgerlijk ingenieurs? Niemand die dit met zoveel woorden (althans niet op een officiële vergadering) gezegd wil hebben, maar de feiten liegen niet. De industrie is in dit integratieproces slechts een passieve observator. Wat de industrie eigenlijk wil is niet zo duidelijk. In ieder geval is men geen vragende partij voor een vijfjarige opleiding. Dat was immers een van de onderscheidende factoren tussen industrieel en burgerlijk ingenieurs. Recentelijk werd de overgang naar een vijfjarige opleiding aangevraagd door de universiteiten maar dit werd door de minister niet geaccepteerd om budgettaire reden. De opleiding blijft dus voorlopig een vierjarige. De vijfjarige opleiding was nochtans het argument om internationaal uit te pakken met een echte masteropleiding.

Er staat echter veel meer op het spel voor de universiteiten dan voor de industrie. De universiteiten hebben grotendeels de hand gehad in de aanloop naar de inkanteling van de industrieel ingenieur aan de universiteit. Daarbij werd een louter academische kaart getrokken. Industrieel ingenieurs moesten ‘academiseren’. Wat dit precies betekent werd nooit uitgelegd, maar dit werd wel gaandeweg duidelijk. Er moest meer academisch onderzoek gedaan worden aan de hogescholen, hetgeen ten goede zou komen aan de opleidingen. Of dit de opleiding ten goede is gekomen is mij nog niet zo duidelijk, maar ieder geval past deze beweging wel in de academische drift waaraan momenteel elke universiteit (wereldwijd!) ten prooi is gevallen. Universitaire docenten moeten vandaag hun output kunnen aantonen en dit worden voornamelijk gemeten aan de hand van het aantal academische publicaties die kunnen voorgelegd worden. Elke hulp daarbij is welkom. Daar waar er vroeger eerst grondig onderzoek werd gedaan en daarna publicaties verschenen, wordt de kar nu voor het paard gespannen. Eerst komen de publicaties, want die zijn van cruciaal belang. Dit is  eigenlijk een surrogaatmeter maar dit verhaal is voor een andere blog. Het resultaat van dit alles is dat de hogescholen nog steeds niet weten hoe het nu verder moet met de opleiding zelf. Immers de publicaties zijn in eerste instantie belangrijk voor het universitaire docerend korps en niet zozeer voor de student. Bovendien is de meerderheid van het korps aan de hogescholen nog steeds niet geacademiseerd (lees: beschikt niet over een doctoraat) zodat alles eigenlijk grotendeels hetzelfde blijft.

De eerste pogingen om een soort profilering te geven aan de opleiding van industrieel ingenieur vonden in de eerste helft van dit jaar plaats. Daaruit bleek alvast hoe verschillend er gereageerd werd en hoe ver de standpunten uiteen liggen. Zelfs tussen de hogescholen is er doorheen de jaren een unieke onderlinge profilering ontstaan die niet zonder slag of stoot zal weggewerkt zijn. Vanuit de universiteiten wordt er getracht uniformiteit te krijgen in de eerste jaren van de opleiding. Daar zit er volgens mij al een gemiste kans. In plaats van een grondig debat over de profilering van opleidingen te organiseren werd er gekozen voor een burgerlijk ingenieur ‘light’. Dit lijkt de conservatiefste optie te zijn en een compromis. Voor een aantal hogescholen komt dit goed uit niet in geringe mate voor de imago-uitstraling naar de buitenwereld. Burgerlijk ingenieurs genieten een zeer groot maatschappelijk prestige. Dit wordt hun stiekem benijd en enige imitatie is dan nooit veraf natuurlijk. Anderzijds zijn burgerlijk ingenieurs ook zeer zuinig op hun titel. Dit wordt dus een symbolenstrijd.

Uitpakken met het feit dat industrieel ingenieurs een zelfde opleiding genieten als burgerlijk ingenieurs maar van alles een beetje minder is mijns inziens nefast voor de industrieel ingenieur.  Ik denk dat het profiel het verdient om een betere invulling te krijgen naast dit van burgerlijk ingenieur. De mogelijkheden zijn echt groot, maar daarvoor is een innovatieve houding noodzakelijk en moeten universiteiten en hogescholen stoppen met aan navelstaarderij te doen en leren over de muren van hun instituten te kijken.

De opleiding industrieel ingenieur is door het academiseringsproces een wees geworden en moet geadopteerd worden. De vraag is of de stiefouders hun stiefkind met open armen zullen ontvangen.

jan

Advertisements

About jangdevos
I'm an IT/IS professor, a late Baby Boomer, married with Ann and father of Hélène and Willem, a Stones fan and interested in almost everything. I work at the UGent (campus Kortrijk), Belgium. My research domain are: IT Governance in SMEs, IT/IS Security, IT Management, IT Project Management, IT Trends and IT/IS failures.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: