ICT in KMO’s: Ingenieur of bricoleur?

Niemand wordt graag als bricoleur bestempeld. Daarvoor is het begrip te veel behept met een negatieve connotatie van zijnde een prutser of klungelaar. In Frankrijk, waar het begrip oorspronkelijk is ontstaan, heeft het begrip een iets positievere bijklank, maar ook daar valt het niet echt te rijmen met een rigide en rechtlijnige ingenieursaanpak. Toch is bricoleren het maken van iets nuttigs en waardevols, maar het idee dat de ingenieursaanpak daarbij superieur is blijft overheersen. Terecht of niet? Daarover willen we ons hier even bezinnen.

Het woord bricoleren is afgeleid van het Franse werkwoord ‘bricoler’ dat vertaalt naar het Nederlands prutsen betekent of op een ondoelmatige manier iets maken of repareren. Het woord ‘bricole’ is verbonden aan het biljartspel waar het terugkaatsing betekent. Het duidt op een verloop dat niet rechtuit is, maar door een omweg of zelfs bij toeval bepaald wordt. Het concept wordt voor het eerst wetenschappelijk benaderd door de Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss (°1908 – †2009). Lévi-Strauss spreekt in zijn boek La Pensée Sauve (vrij vertaald: het wilde denken) over bricolage om de tegengestelde manier van het logische denken vorm te geven. Het logische denken vindt zijn oorsprong in de wetenschap en de techniek en is dus eigen aan de ingenieur. Daarnaast staat het niet-logisch denken, of het ‘wilde denken’ dat weliswaar veel ouder is dan het vorige, maar er eigenlijk parallel aan loopt. De mens is immers niet altijd een logisch wezen. Het niet-logisch denken wordt soms ook aangeduid als het mythisch denken. Mythisch denken zit geworteld in het concrete en niet in de wetenschap. Een bricoleur is dan ook iemand die werkt met zijn handen en daarbij verschillende materialen en gereedschappen gebruikt die afwijken van deze die gebruikt worden door de vakman. Heel typisch voor bricoleren is de aanwezigheid van een repertoire dat bestaat uit zowel materiële als immateriële gereedschappen die allemaal onafhankelijk van elkaar of van een bepaald project of doel verzameld zijn. Dit repertoire kan omvangrijk zijn maar is altijd eindig en beperkt. Elk element in het repertoire is voor de bricoleur in principe bruikbaar, ongeacht de reden waardoor het ooit in het repertoire is terecht gekomen. De bruikbaarheid van de elementen in het repertoire moet blijken uit het kunnen inzetten ervan in een constructie. De bricoleur zal zich dus bedienen van zijn repertoire en ook enkel maar van de elementen uit het repertoire.  We geven nu wel een verklaring van het begrip bricoleren op het operationele of praktische vlak, maar Lévi-Strauss zag bricoleren vooral als een manier van denken. Mythisch denken is intellectuele bricolage. Logisch denken daarentegen is gestoeld op (positivistisch) wetenschappelijk inzicht. We profileren in de volgende tabel de bricoleur en plaatsen dit profiel tegenover het profiel van een ingenieur.

Bricoleur Ingenieur
Alles is van belang Een a priori hiërarchische  ordening
Complex, onderling geconnecteerd systeem Reductie/decompositie
Werkt in een gesloten universum Werkt in openheid met transcendente grenzen
Werkt cyclisch Werkt lineair
Private kennis, familiariteit Onafhankelijke kennis, representatie
Kennis over relaties, dat beperkte functioneel vastgelegde afwijkingen impliceert Kennis over gestructureerde entiteiten
Wendbaar en veerkrachtig Specialisatie
Verzamelen op basis van ongeplande gebeurtenissen Zoektocht naar het adequate, met projectgerelateerde hulpmiddelen.
Onduidelijke resultaten Projecten en ontwerpen
Dialoog met de elementen die voorradig zijn Respect voor de vooropgestelde specificaties
Assemblage, substitutie, …’het werkt!’ Evaluatie door toetsen aan een verwacht niveau van functioneren en kwaliteit
Creëren en gebruiken zijn niet te scheiden Scheiding van creëren en gebruiken
Resultaten zijn nooit eerder gezien Resultaten komen tegemoet aan de vooropgestelde normen

Hiermee hebben we nu verklaard wat bricoleren betekent, maar hoe brengt dit ons naar IT en naar KMO’s? De eerste relatie werd door Claudio Ciborra gelegd in zijn werk ‘The Labyrinths of Information’ (2002). Ciborra ging er van uit dat strategische IT-planning een illusie is. IT-systemen worden weliswaar gepland maar daarbij kan de vraag gesteld worden of de vooropgestelde resultaten wel degelijk bereikt worden door een systematische planning. Het meten van resultaten of het succes van een informatiesysteem is immers zeer moeilijk te realiseren. Zelfs over de invulling van het begrip succes bestaat er geen eensgezindheid. Informatiesystemen worden inderdaad nog al te vaak als cybernetische machines bekeken die verondersteld worden steeds een positief resultaat op te leveren, mits goed geregeld of beheerd. Ciborra stelt dat de meeste succesvolle informatiesystemen er ongepland en eigenlijk bijna toevallig zijn gekomen. Het arsenaal van voorbeelden om zijn stelling kracht bij te zetten is indrukwekkend. Zo wijst hij op artificiële intelligentie dat nog steeds geen waardige vervanging is voor menselijke beslissingen en op de computer-aided tools (CASE) die de problemen in softwareontwikkeling nog voor geen centimeter hebben opgelost. Zijn meest uitgesproken tegenvoorbeeld is dat van het internet. Het internet is nooit voorwerp geweest van een grote  strategische planningsoefening, noch kon het succes ervan voorspeld worden. Een ander mooi ongepland maar zeer succesvol project is Linux. Wie had ooit gedacht dat IBM ooit één van de grootste verdelers zou worden van dit beheersysteem?

Het beheren van een informatiesysteem in organisaties is daarbij een ander probleem. Hier domineren nog steeds de talrijke IT-mislukkingen. Nog altijd mislukken een meerderheid van IT-projecten. Dit leidt inderdaad tot een zoektocht naar oorzaken en alternatieve methoden om met IT in organisaties om te gaan. Ciborra stelt dat bij dit alles steeds een gebrek aan leiderschap ontbreekt (de ingenieur als mislukte manager?) en dat de technologie meestal op drift slaat en dus buiten de controle van de manager. Dit brengt hem tot het concept van bricoleren als een alternatieve, maar controversiële manier om de zaken in een ander daglicht te plaatsen. Hoe Ciborra het concept van bricoleren bij IT vorm gegeven heeft, is voor een latere post.

De dimensie van KMO werd door mezelf toegevoegd. KMO’s kampen veel meer dan grote bedrijven met een beperkt ‘repertoire’ aan middelen, maar slagen er toch heel vaak in om succesvolle informatiesystemen te bouwen. De aanpak om tot een ‘werkbaar’ systeem te komen is daarbij vergelijkbaar met dat van de bricoleur. Mislukkingen zijn daarbij inherent aan de aanpak van de bricoleur, maar hij overwint zijn mislukking door cyclisch te werk te gaan en constant alternatieven uit te proberen. Vele van deze informatiesystemen halen de pers niet, wegens te banaal of te kort door de bocht gegaan, maar ze werken wel. Open softwaresystemen, sociale media, en cloud computing lijken het bricoleren nog veel meer te faciliteren en zijn vooral technologieën waar de KMO zijn voordeel mee zal kunnen doen.

en voor de gelegenheid: Dr. ir. ing. jan devos

Advertisements

About jangdevos
I'm an IT/IS professor, a late Baby Boomer, married with Ann and father of Hélène and Willem, a Stones fan and interested in almost everything. I work at the UGent (campus Kortrijk), Belgium. My research domain are: IT Governance in SMEs, IT/IS Security, IT Management, IT Project Management, IT Trends and IT/IS failures.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: